Verbaasd over het prachtige landschap, kon ik nog net zeggen: 'zo mooi, het lijkt wel een ....', een fractie van een seconde later lig ik op de grond, een pijnscheut door mijn teen. Hinkelend bereik ik het water om mijn voet erin onder te dompelen, kwestie van het zwellen tegen te gaan. Ik kon nog nauwelijks genieten van deze prachtige watervallen, echt zoals in een subtropisch zwembad (dat is wat ik wou zeggen), met azuurblauw water en prachtige bomen er omheen. Als mijn eerste kootje van mijn tweede teen een blauw ringetje begint te vertonen, raadt de gids toch aan om langs een dokter-apotheek te gaan. Tot mijn verbazing is de spreekkamer in een open ruimte achter in de apotheek. 'Gelukkig dat ik enkel voor mijn teen kom', flitst het door me heen. Maar ik maak me zorgen om niets: twee meter van me vandaan en nog steeds achter haar toog blijvend verwijst de dokter-apotheker me door naar het ziekenhuis.
In het ziekenhuis blijkt er één dokter aanwezig, de hoofdchirug, gespecialiseerd in ... alles. Gelieve even op het bankje (in open lucht) te wachten tot de dokter er is. We trachten de affiches aan de muur te begrijpen: een superhaan (superman bij de kippen) steekt een belerend vingertje in de lucht en alle kippetjes zitten mooi in van die grote manden. We besluiten dat het over de vogelgriep gaat. De superdokter laat ons weten dat hij het ontzettend druk heeft, een soort buikgriep of zo. Persoonlijk vinden we het vrij rustig in het ziekenhuis, waar slechts hier en daar iemand aangeslenterd komt (ik denk niet dat ze er ziekenwagens hadden).
Na een kort onderzoek blijkt het toch wel aangewezen om een foto van mijn teen te nemen. Hup, samen met de verpleger naar de radiologie, enkele deuren verder. We staan voor een gesloten deur. Oh ja, zegt die verpleger laconiek, het is vier uur dertig, die is naar huis. Ok dan gaan we ook maar naar huis, in de veronderstelling dat alles wel in orde komt met de teen.
En inderdaad alles is in orde gekomen, de dieppaarse, rode teen werd stilaan terug normaal.

